Shopping Cart
Your Cart is Empty
Quantity:
Subtotal
Taxes
Shipping
Total
There was an error with PayPalClick here to try again
CelebrateThank you for your business!You should be receiving an order confirmation from Paypal shortly.Exit Shopping Cart

BRUXELLES EUROPE 

Deze website is bedoeld om Praktische Informatie te geven over onze werkprocessen  

1. Brand stichten, een ontploffing teweegbrengen of een overstroming veroorzaken

Maximumstraf: OPZET: 12 jaar, SCHULD: 6 maanden

 

2. Iets doen waardoor iemand overlijdt

Maximumstraf: OPZET: 15 jaren tot levenslang, SCHULD: 4 jaren.

CIN Meldingen die ogenschijnlijk - te verwaarlozen zijn - maar een goede indicatie kunnen vormen voor het gedrag en de cultuur binnen de organisatie.

Artikel 10

Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit:

a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen;

b. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden;

c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld;

d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in de artikelen 9, 10 en 87 van de Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt.

2 Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:

a. de betrekkingen van Nederland met andere staten en met internationale organisaties;

b. de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen;

c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten;

d. inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen;

e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

f. het belang, dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie;

g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.

3 Het tweede lid, aanhef en onder e, is niet van toepassing voorzover de betrokken persoon heeft ingestemd met openbaarmaking.

4 Het eerste lid, aanhef en onder c en d, het tweede lid, aanhef en onder e, en het zevende lid, aanhef en onder a, zijn niet van toepassing voorzover het milieu-informatie betreft die betrekking heeft op emissies in het milieu. Voorts blijft in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder c, het verstrekken van milieu-informatie uitsluitend achterwege voorzover het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het daar genoemde belang.

5 Het tweede lid, aanhef en onder b, is van toepassing op het verstrekken van milieu-informatie voor zover deze handelingen betreft met een vertrouwelijk karakter.

6 Het tweede lid, aanhef en onder g, is niet van toepassing op het verstrekken van milieu-informatie.

7 Het verstrekken van milieu-informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voorzover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:

a. de bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft;

b. de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage.

8 Voorzover het vierde lid, eerste volzin, niet van toepassing is, wordt bij het toepassen van het eerste, tweede en zevende lid op milieu-informatie in aanmerking genomen of deze informatie betrekking heeft op emissies in het milieu.De rechtbank stelt het volgende voorop. Zoals volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling; bijvoorbeeld uit de uitspraak van 19 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1991), is het, wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust. Bij de beoordeling of een stelling van een bestuursorgaan de rechtbank niet ongeloofwaardig voorkomt, wordt betrokken op welke wijze het onderzoek is verricht (zie de uitspraak van de Afdeling van 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1743). Voor zover openbaarmaking wordt verzocht van stukken die niet bij het bestuursorgaan berusten, maar wel bij het bestuursorgaan hadden behoren te berusten, mag van het bestuursorgaan worden verwacht dat het al het redelijkerwijs mogelijke doet om deze stukken alsnog te achterhalen (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 20 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1586).

De ambtenaar als getuige om geloofwaardig te stellen dat er niet meer is

Een interessante uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland over een thema dat in nagenoeg alle Wob-dossiers speelt. Op welke wijze is gezocht naar documenten? Is dit wel alles? Had er meer moeten zijn? Wie toont dan wat aan? En wat kan of moet van het bestuursorgaan worden verwacht om documenten van elders te halen?




Zoekresultaat - inzien documentECLI:NL:RBMNE:2021:5958    




In verband met de potentie tot nadelige gevolgen voor het milieu wil ik u het volgende verzoeken.

heeft u voor mij alle informatie welke u onder u heeft - WOB VERZOEK - 15 november 2021 CIN-melding (Z4), Shell Nederland Raffinaderij (SNR) B.V., Vondelingenweg 601, Vondelingenplaat Rotterdam. Door een lekkage in de stoombundel is er water richting de CC2 (Cat Cracker 2) gestroomd. Door de hitte in de CC2 werd dit stoom er zorgde het voor een vaporlock. Dit betekent dat de CC2 tript en vervolgens uitvalt. Shell probeert alles zo veel mogelijk binnen te houden. Lukt dit niet dan zal er worden gefakkeld. Mocht er worden gefakkeld dan gaat daar een nog onbekende hoeveelheid propaan, butaan en methaan naartoe. Gevolgen van de trip betekend ook dat de fabrieken HDSL en HFAlcy of in circuleren gaan of in shutdown. Ook hier gaan ze mogelijk fakkelen. Dit zou gaan om de stoffen koolwaterstof, waterstof en H2S. Hoeveelheid nog onbekend. Verder zijn er geen gevolgen voor het proces.

specificatie.

Grondslag. Wm art. 17.1 lid 1 , 17.2 lid 2 a/d/e

Indien zich in een inrichting een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan, waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, treft degene die de inrichting drijft, onmiddellijk de maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd, om herhaling of de gevolgen van dat voorval te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, zoveel mogelijk te beperken en ongedaan te maken.

Hij verstrekt dat bestuursorgaan tevens, zodra zij bekend zijn, de gegevens met betrekking tot:

· a.de oorzaken van het voorval en de omstandigheden waaronder het voorval zich heeft voorgedaan;

de maatregelen die zijn genomen of worden overwogen om de gevolgen van het voorval te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken;

de maatregelen die zijn genomen of worden overwogen om te voorkomen dat een zodanig voorval zich nogmaals kan voordoen.

Waar het om gaat is het volgende:

zijn de operationele procedure(s) gevolgd indien sprake is van:

Uitgaande van de inhoud van de cin melding.

- in bedrijfname warmtewisselaar - STOOMBUNDEL - JA/NEEN

- zo ja, gebeurde dit na reperatie/vervanging

- betrof het een tijdens normale operatie onstane lekkage, zo ja wat zijn de kenmerken van de stoombundel - type, stoomdruk en constructie en keurings datum stoomwezen.

- was er sprake van een operationele fout/miscommunicatie bij het in bedrijf nemen van de stoombundel ten aanzien van de controle - door operations - en oplevering door de technische dienst.

- wat is de positie en functie in het proces van de betreffende stoombundel.

- wat blijkt na intern onderzoek de oorzaak.

i.v.m. Geldende Termijnen zullen relevante wob verzoeken een langere doorlooptijd hebben. Echter bij relevante zaken word direct om nadere informatie verzocht.




 




 


 


 

 


20-01-2022 Nader Onderzoek


TRANSPORT 

     p  eiding van stof door de lucht (CIN Z1) 3 november 2021CIN-melding (Z1), BP Raffinaderij Rotterdam B.V., d'Arcyweg 76, Europoort Rott  erdam. Door nog onbekende oorzaak is er een kleine lekkage/walm van Isobuthaan 99% en Fluorwaterstof (HF) overige % ontstaan op e e    n  lasnaad van een leiding bij de Alkylatie-unit. Op het moment van de lekkage was er geen personeel aanwezig binnen de fabriek en er z ij 

                        O                         v i      ( 

  

  

     veel serieuze Incidenten (rampen) liggen verhoudingsgewijs kleine (als er geen samenloop had plaatsgevonden) afwijkingen vooraf.

 

Doo unninghouder voldoet aan de vergunningsvereisten de certificeringsvereisten..................uiteraard kun je niet alles voorkomen.

  e                   v e                                 

Casus.

 

Een Voedingsflow regelklep naar een reactor staat gedeeltelijk over de bypass, hierdoor is er stroming door een anders veelal dood stuk leiding. Om de klep te kunnen opleveren voor reparatie bevinden zich drain afsluiters binnen de blokafsluiters, dit zijn twee'' kogelkranen, die horen dicht te staan en afgeplugd. Om een monster te kunnen nemen bij procesafwijkingen worden deze kogelafsluiters incidenteel gebruikt, indien bij monstername geconstateerd wordt dat de afsluiter geplugd zit wordt hij open gestoomd en indien zich dan ongelukkigerwijs product op de grond of in de bodem geraakt wordt hier een melding van gedaan.

 

Situatie.

 

Pug/cap zit op de kogelkraan, kogelkraan staat open, plug schiet van de kogelkraan en onder een druk van 12 bar spuit een brandbare vloeistof richting pompkamer waar de temperatuur van de pomphuizen (bodem circulatie pompen) destillatie kolom 360'graden Celsius bedragen.

 

Is hier sprake van schuld / opzet of gewone pech.

 

DE WET.

 

Tweede Boek. Misdrijven

Titel VII. Misdrijven waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen wordt in gevaar gebracht

Artikel 173aHij die opzettelijk en wederrechtelijk een stof op of in de bodem, in de lucht of in het oppervlaktewater brengt, wordt gestraft:

1°. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien daarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is;

2°. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.

 

DE RECHTER.

 

Artikel 173a Sr

Artikel 173a Sr beoogt de volksgezondheid te beschermen tegen milieuverontreiniging in het algemeen en verder het leven tegen gevaarlijke stoffen in het bijzonder. Tussen de handelingen in de aanhef van het artikel en de gevolgen dient een causaal verband te bestaan. Het opzet behoeft slechts gericht te zijn op de gedraging, niet op de wederrechtelijkheid. Evenmin behoeft het opzet te zijn gericht op de in 1° en 2° genoemde gevolgen. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat artikel 173a Sr niet slechts ziet op acuut gevaar. Het gevaar kan zich ook in de toekomst nog openbaren. Voor strafbaarstelling op grond van dit artikel is naar het oordeel van de rechtbank enkel vereist dat het gevaar “te duchten” – dat wil zeggen: te vrezen – is. Het te duchten gevaar dient te worden bepaald aan de hand van bestaande omstandigheden en niet aan de hand van mogelijkheden. De stof zelf behoeft niet rechtstreeks gevaarzettend te zijn. Als de stof zelf niet gevaarzettend is voor de volksgezondheid maar door reactie met bijvoorbeeld zuurstof of water dat wel wordt, voldoet zo’n stof aan de criteria van dit artikel. Als laatste geldt nog dat het gevaar zich niet hoeft te verwezenlijken. Dus als een gevaarlijke stof wordt geëmitteerd terwijl niemand in de buurt is dan wel besmet wordt, is nog steeds sprake van gevaar voor de volksgezondheid/ levensgevaar. Dit is het kader waaraan de rechtbank de zaken zal toetsten voor zover het artikel 173a Sr betreft.

 

de bron eerste aanleg meervoudige kamer.

 

ECLI:NL:RBZWB:2014:1911